laatste wijziging: 12-06-2019

Mediatie VI – Geest en lichaam

In het laatste hoofdstuk probeert Descartes de sceptische twijfel uit de eerste meditatie voorgoed te verbannen. Descartes heeft tot nu toe de existentie en essentie van het zelf en van God aangetoond. Van de materie heeft hij alleen aangegeven wat de essentie is. Zijn bewijs van het bestaan van een materiële wereld buiten hemzelf baseert hij op de aanname dat God, het perfecte wezen, niet misleidt. Door zijn zintuiglijke waarneming heeft hij een sterke neiging om te geloven in de materiële werkelijkheid buiten hemzelf. God heeft hem met deze eigenschap gecreëerd. Als een externe materiële werkelijkheid niet bestaat, dan misleidt God hem. Maar omdat God als het oneindig perfecte wezen niet misleidt, bestaat de werkelijkheid.