laatste wijziging: 12-06-2019

Meditatie V – Het wezen der dingen

In de vijfde meditatie gaat Descartes dieper in op de essentie van materie. Hij gaat er nog niet van uit dat materie daadwerkelijk bestaat.

In deze meditatie bespreekt Descartes tevens zijn tweede godsbewijs, het zogenaamde ontologisch godsbewijs. God is een perfect wezen, en een essentie van een perfect wezen is dat het bestaat.

Over de materie schrijft Descartes dat hij een zuivere cognitie heeft van de ‘uitgebreidheid’ van de materie. Het kan gemeten worden in lengte, breedte en hoogte. Al deze eigenschappen kunnen mathematisch beschreven worden. Volgens Descartes is de enige zekerheid die we kunnen hebben van materiële objecten wiskundig. De geometrie is volgens Descartes de essentie van materie. De zintuigen spelen een ondergeschikte rol in Descartes’ rationalisme.