laatste wijziging: 01-03-2020

2 – De rechtse aanval op de moraal

28 Hoofdstuk 2 : De rechtse aanval op de moraal


rechtvaardigheid

    1. rechtvaardigheid
    2. Gyges ring

 


 


 

 28 Slaan of geslagen worden  
    Socrates versus Callicles



53 Het recht van de sterkste

Socrates in gesprek met Thrasymachos


1. Rechtvaardigheid

Socrates discussieert met Thrasymachos over de definitie van

Thrasymachos vindt Socrates maar naïef wanneer hij rechtvaardigheid definieert als zelfbeheersing en matigheid. Eerlijke en morele mensen komen er altijd slechter vanaf dan immorele mensen die hun eigen behoeftes op allerlei manieren proberen te bevredigen, meent Thrasymachos. Als voorbeeld neemt hij een dictator en zijn onderdanen. De dictator is gelukkig omdat hij alles kan doen waar hij zin in heeft. De onderdanen daarentegen, hoe hoog hun morele standaarden ook mogen zijn. zijn ongelukkig. Een immoreel leven geeft een mens meer mogelijkheden, meer vrijheid en meer macht. In iedere samenleving maken de machtigste mensen de wetten en bepalen ze dat gehoorzaamheid aan deze wetten ‘rechtvaardigheid’ is. Onder rechtvaardigheid kunnen we dus beter het recht van de sterkste verstaan, concludeert Thrasymachos. Plato’s broer Glaukon is ook aanwezig bij de discussie tussen Socrates en Thrasymachos. Hij meent dat rechtvaardigheid enkel een pragmatisch sociaal contract is. Als mensen dit contract konden breken zonder daar de consequenties van te hoeven ervaren zouden ze dit doen volgens Glaukon. Het democratische ideaal is volgens Plato dus hypocriet omdat het gebouwd is op het idee dat ieder mens een moreel besef heeft en daardoor dus ook in staat is om mee te beslissen in de politiek. Echter, zoals het sprookje van Gyges probeert aan te tonen, is het verlangen naar goed handelen vaak niet aanwezig bij mensen, vooral niet als men de kans krijgt immoreel te handelen zonder daarvoor gestraft te worden. Als het dus niet vanzelfsprekend is dat mensen een moreel besef bezitten, komen de argumenten voor het democratische ideaal te vervallen. Een democratische staat heeft een te idealistisch beeld van de mens en kan daaraan ten onder gaan. Een ideale staat houdt rekening met de verdorvenheid van de mens en geeft haar politieke structuren dus ook op een andere manier vorm.
.


 


2. Gyges ‘ring

56 Gyges 'ring 358b
62 De lucratieve façade