laatste wijziging: 29-08-2020

347 IV De blik

DEEL 3 Het voor-de-ander

Eerste hoofdstuk : Het bestaan voor de andere

347 IV De blik



SAMENVATTING

Sartres analyse van de blik: de wijze waarop de ene mens de andere aankijkt en daarmee tot ding degradeert. In de kruisende blikken, waarin de een de ander tot voorwerp maakt, wordt een machtsstrijd uitgevochten waarin uiteindelijk een van beiden de ogen zal neerslaan en zich gewonnen zal geven. Dan schikt men zich in het lot het object van de ander te zijn.


Bladzijde 347 tot en met 400 ( > 50 )

22-08-2020 Deze meer dan 50 bladzijden behandelen 1 onderwerp zeer uitputtend: hoe ik me verhoud tot de ander. Op een gegeven moment werd het voor mij moeilijk om de aandacht vast te houden bij datgene wat ik aan het lezen was, doordat Sartre steeds maar weer nuances aanhaalt die enigszins met het onderwerp te maken hebben
17-08-2020 Sartre maakt vaak gebruik van een “dubbele” uitleg. Na een aantal zinnen waarin hij een uitleg heeft gegeven van een bepaald aspect volgt dan: Kortom, …  of “Met andere woorden,  … “

 

20-08-2020 De ander is voor mij niet een object, want ik weet (veronderstel) dat de ander ook een subject (Het denkende ik, het subject, wordt dan onderscheiden van het niet-ik , het object) is

 

 

zie ook http://defusie.net/sartre-als-smoes-over-vrijheid-en-verantwoordelijkheid/

 

29-08-2020 Antwoord op deze vraag: ik kan anderen waarnemen
29-08-2020 Ik ben alleen zeker van het feit DAT ik kan denken dat ik besta