laatste wijziging: 08-05-2022

01 Kuhn – De structuur v wetenschappelijke revoluties


   Auteur: Kuhn, Thomas S. 
     Boek: De structuur van wetenschappelijke revoluties - 1962
     ISBN: 90-6009-392-5
 Gelezen: juli 2021 - september 2021 
          januari 2022

https://www.fredtak.nl/filosofisch/wetenschapsfilosofie/115-de-structuur-van-wetenschappelijke-revoluties


Algemeen overzicht

De wetenschap ontwikkelt zich helemaal niet geleidelijk en cumulatief, zoals Popper beweerde. Integendeel, het gaat met sprongen, door Kuhn wetenschappelijke revoluties genoemd. Hij gaat uit van een paradigma, een stelsel van afspraken en ongeschreven regels en wetten van waaruit wetenschap bedreven wordt.

Werken vanuit een paradigma noemt hij normale wetenschap. Binnen dit paradigma wordt veel onderzoek gedaan om theorieën te verfijnen en uit te breiden. Dit is de normale gang van zaken. Echter, steeds zijn er verschijnselen die niet binnen het systeem (het paradigma) passen. Dat is een natuurlijk en zelfs noodzakelijk gegeven. Als dit er zo veel zijn dat er algehele onrust ontstaat, kun je spreken van een crisis. Tijdens zo’n crisis is er even wanorde oftewel een revolutie. Een nieuw paradigma stelt zich in als er nieuwe theorieën zijn ontwikkeld die de tot dan toe onbekende feiten afdoende kunnen verklaren. De rust is weergekeerd. Er is sprake van een paradigma-shift, een sprong omhoog naar een paradigma waarin iedereen zich weer thuis voelt.

Voorbeelden van paradigma-omwentelingen

Kuhn verduidelijkt zijn zienswijzen telkens met voorbeelden uit omwentelingsperioden uit de wetenschap. Zoals dat Copernicus als eerste beweerde dat de aarde om de zon draaide en niet andersom, en in het verlengde daarvan de proeven van Galilei met de valbeweging van verschillende massa’s (die in tegenstelling tot wat Aristoteles dacht even hard naar beneden vallen!), alsmede zijn vergelijking van de valbeweging met een steen slingerend aan een touwtje. Of de ontdekking van zuurstof, eerst zonder dat hij het doorhad door Priestley, later verfijnd en verklaard door Lavoisier. Of de aanpassing van de zwaartekrachtswetten van Newton door Einstein, die het begrip gekromde ruimte invoerde. Alsook de wetten van Maxwell op het gebied van elektromagnetisme, die eerst nog weinig aanvaard werden, maar nu als de grondslagen van dit vakgebied worden beschouwd.

Af en toe stipt Kuhn ook andere wetenschappen aan, zoals de economie, psychologie en sociologie. Maar het is duidelijk dat deze zich aan andere richtlijnen houden dan de natuurwetenschap, die zo duidelijk heel concrete resultaten heeft opgeleverd. In de laatste hoofdstukken nuanceert Kuhn zijn bevindingen. Het is allemaal minder strak en uitgesproken dan wat hij daarvoor heeft beweerd. Eigenlijk is er zelfs nog veel onzekerheid. Het is en blijft een verhelderend boek, absoluut verplicht bij elke cursus wetenschapsfilosofie. Maar lees hem in het Engels, want dat bespaart je veel ergernis.



Voorwoord


1 Inleiding: een taak voor de geschiedenis

 


2 De weg naar normale wetenschap

3 De aard van de normale wetenschap

4 Normale wetenschap als puzzel-oplossen

https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/de-mens-als-machine-en-de-machine-als-mens~b5771661/


Wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn (1922-1996) is beroemd geworden met zijn boek De structuur van wetenschappelijke revoluties (1962), waarin hij de geschiedenis van de wetenschap vanuit sociologisch perspectief probeerde te overzien. De Nederlandse socioloog Joop Goudsblom (1932-2020) liep in de jaren zestig college bij Kuhn op Princeton University.

In zijn memoires Geleerd (2016) vat Goudsblom een belangrijke bouwsteen van Kuhns denken zo samen: ‘Kuhn gebruikte het begrip ‘paradigma’ om aan te duiden dat elke wetenschappelijke school uitging van een eigen stilzwijgend aanvaard gemeenschappelijk wereldbeeld.’

Op den duur is zo’n gemeenschappelijk wereldbeeld niet langer houdbaar en is er sprake van een crisis die een paradigmawisseling ten gevolg heeft, oftewel een wetenschappelijke revolutie. De anomalie, de afwijking van de regel, die volgens Kuhn onder normale omstandigheden wordt genegeerd, kan dan niet langer terzijde worden geschoven.


5 De prioriteit van paradigma’s


6 Anomalie en het optreden van wetenschappelijke ontdekkingen








7 Crises en het ontstaan van wetenschappelijke theorieën



8 De reactie op een crisis

12-01-2022 En hoe zit het met de geesteswetenschappen?




9 Het karakter en de noodzakelijkheid van wetenschappelijke revoluties




10 Revoluties als veranderingen van wereldbeschouwingen

          



21-01-2022 Vergelijk dit met de manier waarop ik sinds het lezen van Kant  het (be)kijken van de werkelijkheid ervaar

11 De onzichtbaarheid van revoluties

24-01-2022 wetenschap ?
24-01-2022 natuurwetenschap  ?
24-01-2022 Alfa studies zijn geesteswetenschappen: zaken die door de menselijke geest worden voortgebracht.

12 Het beëindigen van revoluties

12 Het beëindigen van revoluties

 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Cruciale_test

https://nl.wikipedia.org/wiki/Verificatiebeginsel

Het verificatiebeginsel, soms ook wel het verificatieprincipe genoemd, is een demarcatiecriterium dat een van de pijlers was van het logisch positivisme. Volgens dit beginsel is het zinvol zegbare beperkt tot dat wat empirisch (uit ervaring) te verifiëren is. Een theorie die niet tot de onmiddellijke zintuiglijke indrukken (sense data) kan worden herleid, is derhalve zinloos. Immers, wij kunnen nooit weten of ze waar is of niet. De wetenschap wordt door dit beginsel beperkt tot natuurwetenschappen, wiskunde en logica.

Een belangrijke opmerking hierbij is dat uitspraken die in principe niet verifieerbaar zijn, ook waar kunnen zijn. Een voorbeeld zijn de theorieën van Albert Einstein, die pas tientallen jaren na hun ontstaan getoetst konden worden en krachtens die latere toetsing waar bleken te zijn. Hij doet dan een beroep op het falsificatiebeginsel geformuleerd door Karl Popper.

 

31-01-2022 Heden ten dage geldt  hetzelfde voor het “marktwerking” paradigma

 

 

 

13 Vooruitgang door revoluties

 

 




Naschrift 1969

 

NS  1 Paradigma’s en de structuur van gemeenschappen

Walther NernstMarcel Brillouin,Hendrik LorentzEmil WarburgJean Baptiste PerrinWilhelm WienMarie Skłodowska-Curie, and Henri Poincaré. Standing (L-R): Robert GoldschmidtMax PlanckHeinrich RubensArnold SommerfeldFrederick LindemannMaurice de BroglieMartin KnudsenFriedrich HasenöhrlGeorges HosteletEdouard HerzenJames Hopwood JeansErnest RutherfordHeike Kamerlingh OnnesAlbert Einstein, and Paul Langevin.

 



 

NS 2 Paradigma’s als gehelen van groepsovertuigingen

 

NS 3 Paradigma’s als gemeenschappelijke voorbeelden

NS 4 Stilzwijgende kennis en intuïtie

NS 5 Standaardvoorbeelden, incommensurabiliteit en revoluties

NS 6 revoluties en relativisme

NS 7 Het wezen van wetenschap



@