laatste wijziging: 10-07-2018

Plato ca. 427 v. Chr. – 347 v.Chr.

BRONNEN:

Plato was een leerling van Socrates en de stichter van de Academie, de eerste instelling voor hoger onderwijs die we kennen – geen enkele andere filosoof in de geschiedenis van de filosofie heeft een grotere of diepgaandere invloed gehad dan Plato.

Alfred North Whitehead zei ooit dat de westerse filosofie 

het beste kan worden gekarakteriseerd als een serie voetnoten bij Plato.

Hij schreef een aantal dialogen over zeer diverse onderwerpen en werd met zijn ideeënleer de aartsvader van het filosofisch idealisme. Het blijft de vraag in hoeverre wij kunnen zeggen dat we Plato’s eigen opvattingen kennen, aangezien hij nergens uit eigen naam spreekt, vaak vragen opwerpt zonder deze te beantwoorden en niet altijd consistent is.
Het werk van Plato is voor een belangrijk deel gebaseerd op zijn ideeën over de ideale vormen. De wereld van ervaringen is een illusie, zegt Plato, want alleen dat wat onveranderlijk en eeuwig is, is werkelijk. (een idee dat hij aan Parmenides ontleende) Er moet daarom een domein van eeuwige, onveranderlijke vormen bestaan die de blauwdruk zijn voor de efemere fenomenen die we waarnemen via zintuiglijke ervaring. Volgens Plato zijn er weliswaar vele individuele paarden, katten en honden, maar ze zijn allemaal gemaakt naar het beeld van de universele vorm van het “paard”, “de kat”, “de tafel”, enzovoort. Op dezelfde manier zijn er veel afzonderlijke mensen, maar allemaal zijn ze gemaakt naar het beeld van de universele “vorm van de mens.”

Dit idee vinden we in het latere christelijke denken terug, waarin de mens naar het evenbeeld van God is geschapen, en dat is slechts een van de vele manieren waarop Plato een directe invloed had op de christelijke theologie. Plato’s theorie van vormen bleef echter niet beperkt tot materiële objecten. Hij meende dat er ook ideale vormen van universele of abstracte concepten als schoonheid, rechtvaardigheid, waarheid en van wiskundige concepten als getal en klasse bestonden.

De invloed van Plato is tegenwoordig nog duidelijk voelbaar in de wiskunde, zowel Frege als Gödel onderschreven Plato in dit opzicht.

De theorie van vormen ligt ook ten grondslag aan het meest polemische en bekendste werk van Plato, De Staat[1] (ook wel vertaald als “de Republiek”)(Oudgrieks: Πολιτεία Politeia) In een zoektocht naar de aard en waarde van rechtvaardigheid biedt Plato een visioen van een utopische samenleving, geleid door een elite van bestuurders die vanaf hun geboorte opgeleid zijn voor de taak van het regeren. De rest van de samenleving is verdeeld in soldaten en het gewone volk.

In de republiek is de ideale burger iemand die weet hoe hij zijn talenten moet gebruiken voor het nut van de hele samenleving en die zich niet aflatend wijdt aan die taak. Er is weinig aandacht voor persoonlijke vrijheid of individuele rechten in de republiek van Plato, want alles wordt strikt geleid door de bestuurders die zich wijden aan het goede voor de staat als geheel.

Dat heeft ertoe geleid dat sommigen, waaronder Bertrand Russell, Plato ervan beschuldigden een elitair en totalitair regime voor te staan, vermomd onder communistische of socialistische principes. Of Russell en anderen met deze kritiek gelijk hebben of niet is zelf weer onderwerp van discussie. Maar het is belangrijk om te begrijpen waarom Plato de samenleving op die manier wil organiseren. De republiek is een poging om in overeenstemming met zijn theorie van vormen de ideale vorm van een samenleving te vinden.

Plato meent dat er een ideale manier van het inrichten van een samenleving bestaat en dat alle bestaande samenlevingen daar imperfecte kopieën van zijn, want die richten zich niet op het goede voor allen. Een dergelijke samenleving zou volgens Plato sterker zijn dan haar buren en niet te veroveren zijn door haar vijanden, een idee dat de Griekse geest sterk bezighield gezien de frequente oorlogen tussen Athene, Sparta en de andere Griekse stadstaten. Maar belangrijker nog, een dergelijke samenleving zou rechtvaardig zijn tegenover alle burgers, want ieder geeft zijn deel, neemt waar hij recht op heeft en werkt voor het welzijn van allen. Of de republiek van Plato ideaal of zelfs maar haalbaar is, heeft de geleerden sindsdien constant verdeeld.

De denkbeelden van Plato en zijn begrippen zijn in te delen in drie perioden:

Verder is de methode van de dialectiek kenmerkend voor zijn werken, als een soort voorloper van de logica.