laatste wijziging: 25-01-2019

Ransijn deel 9 Belangenverstrengeling

Samenvatting

Als de overheid en de industrie gebruik maken van de wetenschap om hun invloed te doen gelden is onze vrijheid in het geding. De wetenschap en de financiering ervan staat steeds meer onder invloed van de industrie, met name bij de farmaceutische industrie. Dit maakt wetenschappers en burgers meer afhankelijk. Er is echter ook een aantal burgers dat zich keert tegen de afhankelijkheid en de voogdij van de overheid en de banden van de overheid met de industrie. Dat blijkt bijvoorbeeld bij de stellingname tegen voorgeschreven vaccinatie, waarin zich een opleving laat zien van het publieke debat. De gele hesjes beweging heeft ook te maken met de onvrede over de veelgehoorde stellingname van de regering ten gunste van het bedrijfsleven en de meer vermogenden.

Feyerabend stelde voor de toename van geluk en vrijheid als maatstaf en waarde te nemen om wetenschappelijke en maatschappelijke instituties te onderzoeken en te beoordelen. Uiteindelijk dient kennis bij te dragen tot ons geluk en onze vrijheid, niet tot grotere macht van het bedrijfsleven. In dit artikel wordt het denkkader van Habermas en Feyerabend verbonden met een aantal krantenartikelen over de actuele kwesties van  belangenverstrengeling. Daarover is natuurlijk veel meer gepubliceerd dan hier te berde gebracht kan worden.

Habermas: economische, politieke en technische systemen beheersen de leefwereld

Habermas maakte een onderscheid tussen systeem en leefwereld. Het systeem domineert de leefwereld en het economisch systeem bepaalt in verregaande mate de politiek en de ontwikkeling van de wetenschap en techniek, alsmede het onderwijs en de gezondheidszorg. Systemen zijn formele instituties waarbij globaal genomen instrumenteel doelrationeel handelen centraal staat. De leefwereld kenmerkt zich in grote lijnen door meer ruimte voor informele, affectieve en traditionele communicatie en communicatieve rationaliteit, die steeds meer ondergeschikt wordt gemaakt aan economische motieven en instrumentele rationaliteit.

Kort door de bocht: mensen worden als consumenten en producenten steeds meer middelen voor economische doelen in plaats van doelen en waarden in zichzelf. Max Weber had deze toenemende rationalisering en bureaucratisering  reeds voorzien. Zie mijn artikel in nr 66 over Weber en mijn artikel over het WTE complex van wetenschap, techniek en economie in nr 31, gebaseerd op het boek Bedreigde cultuur van Laeyendecker, die recentelijk nog een artikel publiceerde over systemen en ‘systeemdwang’. De cultuur vertegenwoordigt hier de leefwereld.

“Wetenschap, techniek, industrie, leger en bestuur vormen heden ten dage sectoren die elkaar wederkerig stabiliseren en waartussen de interdependentie groeit… De dynamische samenhang waarin deze sectoren vervlochten zijn, structureert zich over de hoofden van mensen heen… In dit systeem… bestaat geen onafhankelijke variabele,” aldus Habermas (in H Hoefnagels, Sociologie en maatschappijkritiek, p 104-106). Economische belangen lijken echter dominant te zijn naast de inherente ‘systeemdwang’ van een rijdende trein die moeilijk te stoppen is door rationele discussie en politieke wilsvorming. Weliswaar zijn er in de liberale democratie nog grondrechten, zoals stemrecht, maar vergeleken met de politieke invloed van grote bedrijven stelt zo’n periodieke stem niet veel voor.

Bedrijven grootste verkiezingswinnaar, luidde de kop op de voorpagina van de NRC op 9 okt. 2018 over het proefschrift Van woord tot akkoord van Wimar Bolhuis, gepubliceerd onder de titel Elke formatie faalt, over “de beloftes en plannen van politieke partijen en daaruit voortvloeiende kabinetsprogramma’s”. Daarin blijkt stelselmatig een relatieve lastenverlichting van het bedrijfsleven ten opzichte van lastenverzwaring van de belastingbetaler, ondanks de beloften tot verlichting. De factor arbeid wordt steeds zwaarder belast, het kapitaal relatief minder. Dit is één van de vele indicaties van de invloed van bedrijven op de politiek, die in de issue van de dividentbelasting werd toegespitst.

Habermas schrijft: “Sinds de scheiding tussen staat en maatschappij is bezig weg te vallen, zijn de dragers van economische macht objectief gedwongen de staat en zijn administratie in georganiseerde vorm te beïnvloeden… Tegenwoordig gaat het er in eerste instantie om, dat maatschappelijke macht in privéhanden onmiddellijk gedwongen is tot interventie in de sfeer van de staat, zonder zelf aan politieke controle te zijn onderworpen” (p 166-67).

Dit betekent dat belangenverstrengeling bijna onvermijdelijk en structureel is en zich onttrekt aan democratische controle. Daarom is het niet verwonderlijk dat deze toeneemt. Dit lijkt niet zozeer het gevolg van de wilsbeschikking van een aantal machthebbers. Ook zij zijn onderdeel van een bovenpersoonlijke, structurele sociaaleconomische ontwikkeling, zoals geschetst door Habermas. Collectieve reflexieve actie kan hieraan een wending geven via een vrije publieke discussie, die niet beïnvloed wordt door machthebbers.

De door de liberale rechtsstaat beoogde gelijkheid, vrijheid en zekerheid worden zo in de praktijk niet uitgebreid maar beperkt. De zelfbeschikking van “het zogenaamde soevereine volk… rest nog slechts een mogelijkheid tot politieke medezeggenschap door het kiezen van het parlement… Wanneer men deze feitelijke machteloosheid vergelijkt met de persoonlijke bescherming en de persoonlijke vrijheid, die een indrukwekkende cataloog van liberale grondrechten voor het individu waarborgt, dan kan men zich niet aan de indruk onttrekken, dat de burger in de zogenaamde consumptiemaatschappij ook juridisch de status van een consument is toebedacht… De effectieve belangenbehartiging moet aan grote organisaties worden overgedragen. Wat nog aan secundaire belangen overblijft… draagt eveneens het stempel van de algemene eis door de staat te worden verzorgd… in de gedaante van overmachtige en ondoorzichtige bureaucratieën,” aldus Habermas (p 172, 173, 174).

Habermas doelt hier op uiteenlopende instellingen in de verzorgingsstaat die de leefwereld ‘koloniseren’ en afhankelijk maken. Daarbij bepalen de middelen meer en meer de doelen en “gaan de technische mogelijkheden hun gebruik afdwingen” (p 107). Een  voorbeeld is de farmaceutische industrie die via belangenverstrengeling met de medische sector de afzetmarkten voor medicijnen vergroot en consolideert. Zie onder meer mijn bespreking van Trudy Dehue, Betere mensenGezondheid als keuze en koopwaar en Hans Achterhuis, De markt van welzijn en geluk en Peter Götzsche, Dodelijke medicijnen, nr 29, 30 en 35.

Kort door de bocht, lijken overheid en politiek steeds meer de belangen van bedrijven te behartigen dan van de burgers, zoals uit eerder genoemd proefschrift valt af te leiden. Mijn voorgaande artikel over Habermas wijst in dezelfde richting. Een aantal recente krantenartikelen geeft eenvoudiger weer wat er aan de hand is dan het ‘filosofenduits’ van Habermas.

Recente krantenartikelen over belangenverstrengeling van wetenschap en industrie

“Dit land schreeuwt om scheiding van staat en bedrijf. De mislukking van de dividentdeal tussen Unilever en Rutte is een belangrijke overwinning voor de democratie, schrijft cultuurhistoricus Thomas van der Dunk,” in de NRC 22 okt. 2018. Rutte heeft bij Unilever gewerkt. Dat maakt de verstrengeling en de draaideur van het bedrijfsleven naar de politiek nog duidelijker. De verstrengeling van industrie en politiek is een schakel naar de verstrengeling van de wetenschap met de industrie. De overheid is hierbij vaak betrokken als werkgever van de wetenschap. Ook directe financiering vanuit het bedrijfsleven neemt toe.

Opinieleiders in kranten hebben vaak de begrijpelijke neiging meer naar verantwoordelijke machthebbers te wijzen dan naar abstracte systemen in een soms enigszins versimpeld wereldbeeld. “In hun niet alleen ondemocratische, maar ook volstrekt egocentrische wereldbeeld draait alles om de financiële belangen van het eigen clubje. De rest van de samenleving doet er niet toe, en deze dient hun voornemens ongeacht de kosten stilzwijgend te slikken,” schrijft van der Dunk, verwijzend naar witwaspraktijken, belastingontduiking en loonsverhoging van topbestuurders.

Het gaat hierbij echter ook om de belangen van het systeem, waarop de belangen van “een volledig van de maatschappij losgezogen sociaaleconomische bovenlaag” zijn gebaseerd met een “toenemende morele corrumpering van de politiek door particuliere ondernemersbelangen”. Een dergelijk verval van waarden kan worden beschouwd in het bredere verband van de structurele verschuiving van waarde-rationeel handelen naar doelrationeel handelen, waar Weber reeds op heeft gewezen en waaraan talloze functionarissen uitdrukking aan geven. Uiteraard neemt de invloed op de besluitvorming toe naarmate mensen meer macht hebben. Systemen ontwikkelen zich niet volledig blind en ongestuurd, maar worden beïnvloedt door het collectieve gedrag van de deelnemers. Hun collectieve actie kan systemen andere wending geven. Daarvoor zijn bewustwording en inzicht in de werking ervan nodig.