laatste wijziging: 31-12-2022

Metafysica Zijn en Grond

 

 

 

223 – IV. ZIJN EN GROND

 

Het centrale onderwerp in dit laatste gedeelte van het boek Metafysica. Van orde naar ontvankelijkheid gaat over het begrip grond, reden of oorzaak. Het gehele natuurwetenschappelijke paradigma is gestoeld op deze term. In de natuurwetenschappen zoeken we naar oorzaken of wetmatigheden die natuurfenomenen verklaren. Hierin veronderstellen wij en natuurwetenschappers dat de werkelijkheid op zichzelf zo’n oorzakelijke en/of wetmatige orde heeft. We veronderstellen dat wij inzicht kunnen krijgen in die orde. De reflex naar het vragen van causale relaties of wetmatigheden is een metafysische reflex. We zagen al bij verschillende denkers dat deze vraag naar grond, reden of oorzaak centraal stond in hun bevraging van de zijnde.

.

223 – 10 Metafysisch-theologische variaties

–           x

.

229 – 10.1 De God van Aristoteles

– x

.

233 – 10.2 Onto-theologie

–           x

.

237 – 10.3 Leibniz’ formulering van het beginsel van grond

–           x

.

243 – 11 Het einde van de metafysica

–           x

.

247 11-1 De zelfmoord van de metafysica

–           x

.

256 – 11.2 Het bijeenhoren van zijn en grond

–           x

.

269 – 12 Anders dan orde

–           x

.

269 – 12.1 God die het denken to boven gaat

–           x

.

275 – 12.2 Het toevallige

–           x

.

280 – 12.3 Anders-kunnen-zijn

–           x

 

.

285 – Epiloog. Van orde naar ontvankelijkheid

 

.

Boekbespreking en discussievragen

Gert-Jan van der Heiden — Metafysica, Van orde naar

.

Deel IV: Zijn en grond  xxxxxxxxxxx

Ik kan me geen mens voorstellen die zich nooit eens hardop heeft afgevraagd: ‘Hoe kon dit ooit gebeuren?’ Iets ontstaat, of gebeurt en we nemen het waar met onze zintuigen. Een bliksemschicht, regen of geen regen, een ontmoeting met een geliefde, een levenslange vriendschap of de dood van een te jong familielid. We vragen ons bij meerdere gebeurtenissen af waarom die gebeurtenissen ontstaan. Deze verklaren geven een ‘grond’ aan de gebeurtenissen die ze proberen te verklaren. Waarom de spullen die in mijn kamer zijn, kunnen we verklaren doordat ik ze drie trappen omhoog heb gesjouwd en hier heb neergelegd. We kunnen ons afvragen waarom ik dat heb gedaan en dan komen we tot een antwoord in de richting dat ik mijn eigen spullen wilde hebben in mijn kamer. En dan kunnen we ons nog verder afvragen waarom ik dat dan weer wilde en ga zo maar door. Hier komen we op klassiek metafysische terrein. Aristoteles is hier een goed beginpunt.

Zoals we reeds hebben gezien is Aristoteles een van de belangrijkste denkers in de metafysische traditie. Niet alleen de naam metafysica hebben we aan hem te danken maar ook een van de meest intrigerende vragen. Hierboven liet ik zien hoe het begrip van grond of oorzaak moeilijke vragen op kan laten komen. Aristoteles zag dit probleem ook en kwam met een oplossing. De vragen naar oorzaken kunnen leiden tot een oneindige regressie. We kunnen vast komen te zitten met een idee van een oneindige keten van oorzaak en gevolg relaties. De ene oorzaak die de andere oorzaak voortbrengt en ga zo maar door. Volgens Aristoteles was dit onmogelijk en moest er een oorzaak zijn die zichzelf had veroorzaakt, omdat er ooit wel iets moest zijn dat niet veroorzaakt was maar wel de oorzaak was van alles. Causa stil, een oorzaak van zichzelf, is het begrip dat hierbij hoort. Vaak wordt God verbonden met dit begrip. God is de onbewogen beweger, de schepper die alles in beweging heeft gebracht en geen eigen schepper heeft. Het idee van causa sui heeft vaker geleid tot onto-theologie. Dit begrip duidt een manier van denken aan dat veronderstelt dat er een hoogste zijnde is, namelijk God, en dat alle andere zijnden een schaduw zijn van dit absolute zijnde.

God is uit de mode in de eenentwintigste eeuw. In de moderne filosofie is de metafysica ook vaak doodverklaard. Deze crisis komt nadrukkelijk naar voren in de filosofie van Kant die meende dat we nooit en te nimmer deze eerste oorzaak konden waarnemen. Deze eerste oorzaak is slechts een idee, een gedachte die we hebben omdat we nou eenmaal denken in een schema van oorzaak en gevolg. Het idee dat wij als mensen de totaliteit van de werkelijkheid,

Metafysica – Van orde naar ontvankelijkheid

-10– Stichting Senia

de werkelijkheid als geheel kunnen kennen is in de filosofie van Kant al op de pijnbank gelegd. Denkers als Dilthey, Gadamer en Heidegger volgen Kant op hun eigen manier. Beroemd is Heidegger zijn idee dat de metafysica altijd een wereld achter de wereld die we waarnemen zoekt. Zo zagen we al bij Nietzsche dat de werkelijkheid veroorzaakt werd door iets daarachter en dit was de wil tot macht. Deze wereld achter de wereld is een projectie van de mens, wij denken deze wereld erbij.

Ten slotte bespreekt Van der Heiden hedendaagse metafysische posities die zich laten verzamelen doordat ze niet de orde van de werkelijkheid proberen te denken, een orde die we zouden veronderstellen in de natuurwetenschappen, zoals een causale orde. Deze hedendaagse posities proberen juist het anders-zijn van de orde te denken en verschillende variaties hierop. Zo is in de metafysica van de gebeurtenis het idee dat een gebeurtenis ten grondslag ligt aan de grond zelf waarop de orde voor ons is. Dat betekent dat binnen een bepaalde orde fenomenen van een grond kunnen worden voorzien. Zo werden de bewegingen van de hemellichamen voor Copernicus zijn ontdekking van het heliocentrische wereldbeeld begrepen binnen de orde van een • geocentrisch wereldbeeld. Na de ontdekking van Copernicus kregen de beweging van hemellichamen een geheel andere grond doordat de gehele orde anders was. De ontdekking van Copernicus is dan ook een gebeurtenis die de grond is voor een geheel nieuwe reeks mogelijkheden die in de vorige orde niet eens gedacht kon worden. De metafysica is door dit soort posities vandaag de dag vatbaar geworden voor nieuwe filosofieën die niet meer de orde zoeken in de werkelijkheid, maar de ontvankelijkheid van de mens zoekt voor verschillende ordeningen. De laatste positie die Van der Heiden bespreekt is die van Giorgio Agamben die in navolging van Leibniz beweert dat in tegenstelling tot de klassieke metafysica, we alleen nog het getuigende denken overhouden. In de klassieke metafysica probeerde de mens de orde die in de werkelijkheid zat verstopt te denken. In de moderne metafysica staan we steeds meer open voor het anders-kunnen-zijn. Het getuigende denken maakt zo’n blik mogelijk omdat het bereid is om radicale andersheid en perplexiteit te vervatten in de taal. Deze ontvankelijkheid geeft de mogelijkheid tot het denken van een ordeloze orde.

Epiloog. Van orde naar ontvankelijkheid

In de epiloog verhaalt Van der Heiden nogmaals verschillende posities die hij reeds heeft besproken. Wel zet hij deze in relatie tot elkaar waardoor nieuwe inzichten ontstaan en er een duidelijker beeld ontstaat wat zijn visie is. Oftewel, de ondertitel van het boek, van orde naar ontvankelijkheid, wordt uitgelegd. Een belangrijk element van de klassieke metafysica is dat ze van een orde in de werkelijkheid uitging en de mens door zijn houding te veranderen deze orde wellicht kon oppikken. Zoals we hebben gezien gaat de moderne metafysica niet uit van een vaststaande orde in de werkelijkheid en daarmee vervalt het idee dat we door een zekere houding inzicht in die orde kunnen vergaren.

Metafysica – Van orde naar ontvankelijkheid

-11- Stichting Senia

De internetlinks uit deze leeswijzer zijn ook te vinden op www.senia.n1 bij het betreffende boek. De links kunnen in de loop van de tijd wijzigen. We houden ze up-to-date op de website van Senia, niet in de leeswijzers. Sommige links verdwijnen in de loop van de tijd achter een betaalportaal.

Als God de ultieme waarheid is en leven als een monnik de mogelijkheid geeft om zo dicht mogelijk bij God te staan dan is dat te vergelijken met de klassieke houding. De moderne houding die we aantreffen in de natuurwetenschappen wacht niet. De natuur wordt door middel van experimenten onderzocht. Dit onderzoek geeft meer blijk van het waar maken van de menselijk wil dan het zoeken naar de waarheid, omdat de natuur al voor de bevindingen van het experiment in een door de menselijke wil gemaakte setting wordt gezet. De ‘monnik’ eet bij McDonalds en werkt in een laboratorium waar ze onderzoek doen naar het genetisch manipuleren van embryo’s zodat een gemaakt mens de baarmoeder uitkomt.

De moderne nadruk op de wetenschappelijke bril doet ons vergeten dat de orde die de mens op de werkelijkheid projecteert fragiel is. De moderne wilsmetafysica wordt dominanter en verandert in een onto-theologie. Het beginsel van alles is steeds meer een irrationele wil. Volgens Van der Heiden bewijst het bestaan van een niet herleidbare veelheid dat de wilsmetafysica reductionistisch is omdat het alles herleid tot een wil- zelfs als dit een veelheid van ‘willen’ zijn. Dit brengt Van der Heiden op twee centrale overwegingen. Ten eerste, de rede kennen we als de menselijke rede en niet een redelijke orde die te vinden is in de werkelijkheid om ons heen. De orde die we waarnemen moeten we zien als een door de mens • aangebrachte orde. Ten tweede, moeten we in het moderne denken een houding van ontvankelijkheid cultiveren. Door ontvankelijk te zijn kunnen we komen tot een herziening van de door ons aangebrachte orde en door ontvankelijk te blijven kunnen we deze orde blijven herzien door betere inzichten.

REACTIES UIT DE PERS

Karl van Heijster: De metafysica is allesbehalve dood, lang leve de metafysica! In: De Leesclub van Alles, 21 februari 2021 https://deleesclubvanalles.nl/recensie/metafysica-van-orde-naar-ontvankelijkheid/

INFORMATIE OVER DE AUTEUR

Gert-Jan van der Heiden(1976) is hoogleraar Metafysica aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Zijn voornaamste publicaties gaan over de relatie tussen taal, werkelijkheid en waarheid. Daarnaast heeft hij ook nog onderzoek gedaan op het gebied van de hermeneutiek en de apostel Paulus in de moderne filosofie. En is de auteur van The Truth (and Untruth) of Language: Heidegger, Ricoeur, and Derrida on Disclosure and Displacement (2010).

VERDER LEZEN

DISCUSSIEVRAGEN

  1. Er is een verschil tussen klassieke en moderne metafysica. Hoe zou je de werkelijkheid om je heen volgens die twee perspectieven anders kunnen conceptualiseren?
  2. Metafysica toont zich door de geschiedenis heen in vele gedaantes. Hoe zou je metafysica omschrijven? Wat voor studie is het en waar naar? En hebben wij `een metafysica’?
  3. Op welke manier vertekent taal onze relatie tot de werkelijkheid als we denken aan reclames op televisie, in de krant en op andere media? Hoe beïnvloedt dit ons wereldbeeld?
  4. Bestaat er een neutrale beschrijving van de werkelijkheid of is de categorie •neutraal’ niet waarde vrij? Wat zijn dan de waarden bij een neutrale beschrijving van de werkelijkheid?
  5. Wat is de betekenis van ontvankelijkheid? Op welke wijze(n) wordt de ontvankelijkheid in de moderne metafysica gezien?
  6. Wat is de plaats van de natuurwetenschappen in de samenleving? Hoe verhoudt dit zich tot haar plaats binnen de moderne metafysica? Heeft de natuurwetenschap nog zin of is het een onzinnige bezigheid?

REACTIE OP DEZE LEESWIJZER?

De werkgroep filosofie die deze leeswijzers samenstelt zou het op prijs stellen om uw reactie te vernemen op deze leeswijzer. Leverde deze een boeiend gesprek op, hebt u aanvullingen of suggesties, miste u iets? Reacties zijn welkom op filosofiesenia.nl.